Uw tolkstijl in ontwikkeling

Hoewel iedere vergelijking beperkingen kent, zou je kunnen zeggen dat het behalen van een tolkdiploma vergelijkbaar is met het halen van je rijbewijs. Voldoende theorie en oefening om de weg op te gaan... en tegelijk: echt rijden leer je pas in de praktijk. Na een aantal jaren rij-ervaring is het fijn om jouw rijstijl eens onder de loep te nemen. Welke aangeleerde vaardigheden komen jouw rijstijl ten goede, en welke zouden op z'n minst opgefrist mogen worden?

Rekeninghoudend met je eigen wensen, veiligheid, en tegelijk met de wensen van je medeweggebruikers, ga je tijdens deze training aan de slag met jezelf en met elkaar. Een slipcursus is geen must, en geen onderdeel van je rij-examen... maar hoe leuk is het om op een veilige manier een blik te werpen op je eigen doen en laten en nog veiliger de weg op te gaan?  Welnu: Zo zou je deze cursus kunnen zien: welke vaardigheden maken jou uniek als tolk, wat wil en wat kun je verbeteren? Wat gaat goed, en wat maakt jou uniek? We reiken praktische oefeningen aan om in een veilige setting jouw vaardigheden te optimaliseren. Dat betekent: analyse, vasthouden wat bevalt en optimaliseren wat al goed gaat en wat nog beter kan. 

Tijdens deze driedaagse module doet de deelnemer een onderzoek naar zijn eigen stijl en de gebarentaal- en tolkstijlen van collega's in de groep. Bewustwording van stijlen leidt tot bewuster optreden als tolk, flexibeler zijn in tolkhouding, beter aanpassingsvermogen aan de tolksituaties en de gesprekspartners en een betere afweging van het soort tolkopdrachten die goed bij jou passen. Tijdens de hbo-opleiding leer je een vrij formele en stijve tolkstijl aan. Alles helemaal correct, maar voor de dove cliënt oogt dit erg onervaren en verre van native. En een native-speaker word je natuurlijk nooit, maar je kan wel werken aan een meer natuurlijke stijl die goed bij jou past en die voor de aanschouwer van jouw gebarentaal een stuk prettiger is om naar te kijken.

Hier richt deze module zich dus op: jouw gebarentaal- en tolkstijl bezien door jouw ogen, de ogen van collega's en de ogen van de dove docente Iris Wijnen. 

Tijdens de driedaagse module verschuift de aandacht van het onderzoek naar stijlen naar het belang en de rol van mimiek. Mimiek speelt immers een grote rol bij de stijl van de gebarentaal. Deelnemers gaan veel observaties doen en mimiek uittesten. Dit alles doen we op gestructureerde doch speelse wijze. Door gekke bekken te trekken, samen plezier te hebben, kan je op spontane en veilige wijze met je eigen stijl en mimiek aan de slag gaan.

Tussen de eerste en derde dag bezoeken de deelnemers ook een dovenevenement (bijvoorbeeld: Nationale LeesVertelwedstrijd (april 2020). In Mijn KTV staat een opdracht klaar die je voorafgaand aan jouw bezoek aan het event doorleest en naderhand uitwerkt en inlevert bij de docenten. Dit verslag kan je gebruiken om nascholingspunten in de categorie Doelgroepen te vergaren.

Opbouw van het programma

Lesdag 1 - 13 maart 2020

Ochtend 
Voorafgaand aan de les krijgen de tolken 1 of 2 zinnen die ze moeten vertalen naar NGT. Hiervan maken ze een opname en sturen deze naar de docent. In dit lesblok wordt naar de opnames gekeken en bespreken we deze samen. Doel is het ontdekken van verschillende stijlen van de tolken én uitvinden waar die verschillen in liggen.

Middag
Hierop wordt verder voortgeborduurd: wat is een stijl? Hoe benoem je dat? Eerst gaan de tolken zelf benoemen wat verstaan kan worden onder een bepaalde gebarenstijl. Aan het eind van de les krijgt de deelnemer een kort verhaal (audio) mee die vertaald moet worden naar NGT en daarvan moet de deelnemer een opname maken. Deze opname neemt de deelnemer mee naar de tweede bijeenkomst.

 

Lesdag 2 - 3 april 2020

Ochtend
Nu duidelijk is wat stijlen zijn en hoe een stijl benoemd kan worden, willen we deze tweede dag de aandacht leggen op het verfijnen en finetunen van de eigen stijl. Hoe kun je meer je eigen stijl leggen in je manier van tolken, zodat de vertaling mooier en natuurlijker uit komt te zien? In verschillende praktische oefeningen wordt eigen mimiek, rolnemen en bodyshift uitgewerkt. 

De deelnemers hebben de opname van een vertolking meegenomen. Samen met een collega kijken ze naar de opname en proberen ze de stijl van de deelnemer te omschrijven. Wat valt op? Dit kan door een vergelijking te maken met de vertaling van de collega-deelnemer. Welke aspecten zijn anders vertaald? En is het dan een fout of een eigen stijl? Hiervoor krijgen de deelnemers een checklist die ze kunnen gebruiken.

Middag
Na een klassikale reflectie van het ochtendgedeelte, gaan we verder met het thema mimiek. Bedoeling is om weer naar je eigen opnames te kijken en dan vooral naar de mimiek. Is er mimiek, welke betekenis heeft de mimiek, en klopt de betekenis wel? Ook krijgen de deelnemers de opdracht om een aantal filmpjes van dove gebarentaalgebruikers te bekijken (bijvoorbeeld filmpjes op internet, vooraf uitgezocht door docent) en goed de mimiek te bestuderen. Welke mimiek zie je in het verhaal en komt deze uiting van mimiek overeen met je eigen mimiek? In hoeverre is er sprake van een bepaalde stijl of van een gangbare vorm van mimiekgebruik? 

De middag wordt afgesloten met een klassikale oefening in mimiek en een opdracht om een verhaal (audio) te vertalen naar NGT met nadruk op mimiek.

 

Lesdag 3 - 24 april 2020

Ochtend
Deze ochtend worden de opnames van de verhalen in groepjes van twee bekeken en beoordelen de deelnemers de mimiek aan de hand van een checklist. Op deze manier ontstaat inzicht in eigen mimiek en gebruik hiervan. Ook worden de vertalingen met elkaar vergeleken en bespreken de deelnemers welke vertaling beter is of duidelijker en waarom.

Middag
Deze middag gaan we aan de slag met rolnemen. De deelnemers gaan een omschreven situatie uitbeelden, de andere deelnemers schrijven op over wie het gaat, wat er aan de hand is en waar het zich afspeelt. Hierna wordt kort besproken of het toneelspel van de deelnemer erg duidelijk was; was het visueel genoeg, zat de deelnemer goed in zijn/haar rol, waren er elementen die niet duidelijk zijn weergeven en waardoor kwam dat? Dan is de volgende aan de beurt. 

 

Leerdoelen

  • De tolk heeft kennis genomen van de verschillende stijlen en modaliteiten in gebarentaal en in het tolken
  • De tolk kan reflecteren en analyseren aangaande diens eigen (voorkeurs)stijl 
  • De tolk kent de behoeften op het gebied van kwaliteit vanuit de dovenwereld, rekening houdend met culturele aspecten en de maatschappelijke tendens
  • De tolk heeft diens eigen vaardigheden onder de loep genomen, een tool ontwikkeld waarmee hij/zij kan reflecteren en heeft handvatten gekregen om de eigen vaardigheden te optimaliseren
  • De deelnemer weet het verschil tussen een fout in de vertaling of een stijl van een gebarentaaltolk
  • De deelnemer is in staat mimiek te specificeren
  • De deelnemer weet in hoeverre de uiting van mimiek van een doof persoon overeenkomt met de eigen mimiek
  • De deelnemer kan benoemen welke vertalingen van collega-deelnemers beter zijn, en waardoor dat komt.

Voor lesdag 1: Voorafgaand aan de les krijgen de tolken 1 of 2 zinnen die ze moeten vertalen naar NGT. Hiervan maken ze een opname en sturen deze naar de docent.

Voor lesdag 2: Aan het eind van lesdag 1 krijgt de deelnemer een kort verhaal (audio) mee dat vertaald moet worden naar NGT en daarvan moet de deelnemer een opname maken. Deze opname neemt de deelnemer mee naar lesdag 2.

Na lesdag 3: De deelnemers schijven een kort reflectieverslag over hun bevindingen tijdens deze module.

 

Leesadvies:

  • Kyle, Jim; Deaf children learning tot sign
  • Harrington, Frank J. & Turner, Graham H.; Interpreting interpreting
  • Crasborn, Onno; Universele gebarentaal

Deze artikelen kunt u downloaden vanuit uw KTV-account.

Iris Wijnen is docent Nederlands Gebarentaal en ervaringsdeskundige. Naast haar werkzaamheden als zelfstandige schrijft ze graag blogs over haar leven als dove vrouw in de samenleving. Ze heeft zichzelf ontwikkeld tot trainer TPRS (= een didactische taalleermethode: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling) en samen met een collega een eigen lespakket: ‘Het hele verhaal in gebarentaal’ geschreven voor docenten gebarentaal.

Voordat Iris de opleiding tot docent NGT ging doen was ze werkzaam in de jeugdhulpverlening als Pedagogisch Groepsbegeleider in de dagbehandeling voor dove kinderen. Hier heeft ze drie jaar met plezier gewerkt. Iris: “Met de opleidingen SPH en docent NGT is deze training voor mij een leuke koppeling waarin ik mijn ervaringen op beide vlakken kan verenigen en delen met iedereen die aan de training meedoet”.

Sebastiaan Boogaard is onder meer tolk Nederlandse gebarentaal, intervisor en vertrouwenspersoon. Sebastiaan is werkzaam en opgeleid als psychosociaal therapeut, specialist familieverhoudingen, docent aan hogere- en academische opleidingen, senior coach en trainer op het gebied van communicatie. Werkervaring deed hij binnen de hulpverlening op bij Buro Slachtofferhulp, De Waag, Jeugdzorg, Jeugdbescherming (Gezinsvoogdij) en een instelling voor psychosociale thuiszorg. Tevens heeft hij een praktijk waarin hij therapie geeft, met name gericht op ouder-kind en gezinsrelaties als gevolg van trauma of andere schokkende gebeurtenissen.
NRC Handelsblad: “Sebastiaan heeft oprechte belangstelling in mensen. Bovenal is hij een inspirerend mens. Dankzij zijn enthousiaste no nonsens aanpak weet Sebastiaan mensen in beweging te krijgen. Hij begeleidt je op een prettige manier bij het ontwikkelen van effectief gedrag, zodat je je optimaal in je omgeving kunt ontplooien".
Sebastiaan: “Ik hou van openheid en interactie, en vind het erg belangrijk dat iedereen in z’n waarde wordt gelaten. Met elkaar creëren we een veilige setting waarin plezier in het werk en leren centraal staat”

Aan deze activiteit zijn de volgende punten en kenmerken toegewezen

 
Accreditatie
 
Contacturen
18,00
Schrijfopdracht
1,00
Vertaalopdracht
0,50
Totaal
19,50
 
Accreditatie
 
Doelgroepen
Tolken NGT
Nummer activiteit
25701
Categorie
 
Tolk- en taalvaardigheid
1,800
Totaal
1,80

Meer informatie over bijscholingspunten vindt u hier.

Opdracht achteraf voor wie extra nascholingspunten in de categorie doelgroepen wil vergaren:

Deelnemers kunnen na afloop van de training een verslag schrijven over het dovenevenement dat zij bezocht hebben. De RTGS-instructie hiervoor luidt:

Nascholingspunten worden verstrekt na aanlevering van een verslag van maximaal 1 A4 in tekst en relevante foto’s, die ingeleverd dienen te worden. Hierin staat kort omschreven: 
-      welke activiteit is bezocht, waarom deze is bezocht en welke nieuwe inzichten er zijn verkregen.
-      beschrijving aard activiteit, data, duur (per keer)
-      aanduiding (sub)doelgroep in kwestie
-      aantal en rol deelnemers uit (sub)doelgroep
-      beschrijving soort contact met deelnemers uit de doelgroep
-      opgedane ervaringen en inzichten, welke aandeel heb je bijgedragen?

Dit verslag stuur je rechtstreeks naar de Stg. RTGS. Je krijgt dan het aantal punten toegewezen dat correspondeert met de duur van het evenement.

Dagindeling van de drie lesdagen:

09:00 uur          Aankomst, koffie en thee
09:30 uur          Start van de training 
11:00 uur          Pauze
11:20 uur          Vervolg training 
12:50 uur          Lunchpauze
13:45 uur          Vervolg van de training 
15:15 uur          Pauze
15:30 uur          Vervolg van de training 
17:00 uur          Einde

KTV-hoofdkantoor
Meinsstraat 2
3862 AE  Nijkerk

Routebeschrijving

 
PRAKTISCHE INFORMATIE
  • Maximaal 12 deelnemers
  • Catering bij de prijs inbegrepen.
  • Vooraf kunt u de opdrachten en eventuele reader downloaden uit de map 'Cursussen' in Mijn KTV.
  • Deelnemers ontvangen voor aanvang eventueel beschikbare digitale bestanden in Mijn KTV. Mocht u het prettig vinden om de bestanden uitgeprint te hebben, dan adviseren wij u deze zelf van tevoren uit printen. Om milieubewuste redenen (papierbesparing) zal KTV de bestanden niet meer uitprinten.
Datum: 13 mrt. 2020
  • PE 19.5
  • 09:30
  • 630,- (excl. BTW)
  • Nijkerk